tips & tricks
Beter verlichten kan iedereen. Het is geen rocket science.
We hanteren 5 principes (en 1 bonus) wanneer we nadenken over verlichting.

Gebruik alleen licht wanneer het nodig is.
Alle verlichting moet een duidelijk doel hebben. Houd rekening met de impact van verlichting op de omgeving, inclusief fauna en flora en hun leefgebieden.
Het licht mag niet feller zijn dan nodig.
Gebruik het laagst vereiste lichtniveau. Houd rekening met de eigenschappen van oppervlakken, aangezien sommige oppervlakken meer licht naar de nachtelijke hemel zullen weerkaatsen dan bedoeld (water, nat gras, …).


Richt het licht alleen waar het nodig is.
Gebruik afscherming en zorgvuldige afstelling om de lichtbundel naar beneden te richten, zodat het licht niet verder schijnt dan nodig is.
Gebruik alleen licht wanneer het nodig is.
Gebruik bedieningselementen zoals timers of bewegingssensoren om ervoor te zorgen dat verlichting beschikbaar is wanneer nodig, gedimd wordt waar mogelijk en uitgeschakeld is wanneer ze niet nodig is.


Denk na over kleurtemperatuur en spectrum.
Gebruik waar mogelijk verlichting met warmere kleuren (kleurtemperatuur liever lager dan 2700K).
Beperk de hoeveelheid licht met korte golflengtes (blauw-violet licht) tot het minimum dat nodig is.


Ontdek hier de tips in een handig filmpje!